DNA


Algemeen

Het algemeen beeld der Kynologie, met voorop de Raad van Beheer, laat zien dat afkomst, registratie en in de toekomst genetische bepaling van erfelijke ziekten alsmede de advisering op het gebied van de fokkerij bepalend gaan worden.

Sinds januari 2015 heeft de LSOHV afname en registratie van DNA voor puppen al verplicht gesteld en vanaf april 2016 is de afname en registratie van DNA voor dieren die na deze datum door de LSOHV voor de fok werden aangekeurd en goedgekeurd al verplicht.

Vanaf 1 januari 2020  moet voor iedere geboren pup het DNA worden vastgelegd en een DNA afstammingscontrole plaatsvinden. Dit impliceert dat ook van de ouderdieren het DNA moet zijn vastgelegd bij labs die volgens ISAG werken. Deze profielen zijn onderling uitwisselbaar en bruikbaar. Men kan de DNA profielen van de ouderdieren meesturen of als het DNA profiel in de database staat opgeslagen, kan men dit aangeven bij het inzenden van de nakomeling. Als het DNA profiel van een ouderdier is opgemaakt in opdracht van een andere eigenaar dan moet deze akkoord gaan met het gebruik van het profiel.

Dit kan bij VHL Genetics, onderdeel van de Van Haeringen Groep, of bij Laboklin Nederland.
De fokker ontvangt de bescheiden behorend bij het DNA profiel en afstammingscontrole waarna het originele exemplaar aan de nieuwe pupeigenaar wordt afgegeven tegelijkertijd met het eigendomsbewijs.
Net als de geboortegegevens en de gegevens van de nieuwe pup-eigenaren wordt een digitale kopie van het DNA profiel en de afstammingscontrole naar de vereniging gezonden. Deze kopie wordt elektronisch opgeslagen in het stamboek van de vereniging.
Op het afstammingsbewijs wordt melding gemaakt van de vastlegging van het DNA.

De LSOHV verplicht bovenstaande ten eerste om eventuele twijfel ten aanzien van de afstamming te kunnen bewijzen, maar ook om in een later stadium de gezondheid van onze LangStokhaar en Oudduitse Herder te kunnen bestuderen en beïnvloeden.

DNA dient afgenomen te worden door een dierenarts. De keuze om de dierenarts de afname te laten doen ligt in het feit dat de dierenarts een medische eed heeft afgelegd en rechterlijk gezien er dan sprake is van wettig en overtuigend bewijs.