EPI Exocriene Pancreas Insufficiëntie

 

Omschrijving:

De alvleesklier is uitwendig één geheel maar inwendig bestaat ze uit twee delen: het endocriene deel en het exocriene deel.
Het endocriene deel is verantwoordelijk voor de productie van insuline en glucagon die verantwoordelijk zijn voor de regeling van het bloedsuikergehalte. Afwijkingen hierin leiden tot diabetes.
Het exocriene deel is verantwoordelijk voor de productie van enzymes die het voedsel gaan verteren. Deze enzymes zijn amylase om zetmeel te verteren, lipase om vetten te verteren en trypsine om eiwitten te verteren. Al deze enzymes zitten in speciale granules in het exocriene deel van de pancreas: de “acinar cells”. Op het moment dat het voedsel van de maag naar de dunne darm komt, gaan deze granules hun inhoud vrijgeven in de dunne darm en kan het voedsel verteerd worden.

Bij honden komen 3 alvleesklier-ziekten voor:

1. De bekendste is suikerziekte.
Bij deze ziekte produceert de alvleesklier onvoldoende insuline.

2. Een tweede ziekte is de alvleesklierontsteking (pancreatitis)
Een pijnlijke ontsteking, waarbij de spijsverteringssappen van de alvleesklier de alvleesklier zelf verteren.

3. De minst vaak voorkomende aandoening van de alvleesklier is de ziekte die we afkorten met de letters EPI.
Onder de honden met deze aandoening, wordt de (Oud)Duitse herder (42%) het meest gezien.
Bij deze ziekte produceert de alvleesklier geen spijsverteringssappen meer.

De alvleesklier is verdwenen als gevolg van een chronische ontsteking. Het is een ontsteking ten gevolge van een afweerreactie van het lichaam zelf, er komen geen bacteriën en virussen aan te pas. Deze aandoening wordt pas opgemerkt wanneer het eigenlijk te laat is. De hond krijgt pas klachten wanneer er bijna geen alvleesklierweefsel meer aanwezig is en het orgaan zich niet meer kan herstellen. Daarom is het ook zo dat een hond met deze aandoening de rest van zijn leven behandeld moet worden.

Symptomen:

* Grote hoeveelheden ontlasting
* Ontlasting licht van kleur, vaak grijsachtig
* Sterk vermageren
* Honger, pica (term voor alles opeten wat ze tegen komen om maar een gevuld gevoel te krijgen)

Diagnose:

De diagnose wordt gesteld door middel van een TLI (trypsin like immunoassay) bloedonderzoek. Wanneer de waarden die gemeten zijn te laag zijn kan met spreken van EPI. Het is zeer belangrijk dat de hond bij het testen nuchter is.
Er is echter nog een test, de Elastase test. Hierbij wordt de ontlasting van de hond onderzocht. Elastase is een spijsverteringsenzym wat wordt aangemaakt in de alvleesklier. Deze wordt niet opgenomen in de darmen en met de ontlasting weer uitgescheden. Wanneer dit enzym wordt gevonden in de ontlasting is er dus nog alvleesklierweefsel aanwezig. Hoeveel weefsel er aanwezig is valt niet te zeggen.
Daarom maken de meeste dierenartsen gebruik van het TLI bloedonderzoek.

Uitslag positief en nu?

Wanneer de hond gediagnosticeerd wordt met EPI zullen er alvleesklierenzymen moeten worden toegediend. Deze enzymen zijn te verkrijgen in poedervorm (Zymoral) en capsule (Tryplase). De capsules moeten voor gebruik geopend worden. Het poeder moet bij elke maaltijd en elk tussendoortje gegeven worden en goed met het voer vermengd worden. Daarnaast is het belangrijk dat brokken bevochtigd worden om er voor te zorgen dat de poeder aan de brokken blijft plakken.
Vaak moeten honden (en katten) Vitamine B12 injecties toegediend krijgen.

Voorkomen?

Er is een erfelijke factor aanwezig maar er is nog weinig of niets over terug te vinden. Er zijn ook nog geen DNA testen voor aanwezig.
In ieder geval zal een hond waarbij EPI is vastgesteld, worden uitgesloten voor de fok.

 

 

Onderzoek uitgevoerd door Tatjana Kartouw in opdracht van de werkgroep gezondheid