HD en ED


Heup- en Elleboogdysplasie

Wat is het?

Dysplasie betekent “misvorming” . Heup- en elleboogdysplasie zijn afwijkingen aan de heup- en ellebooggewrichten waarbij de ontwikkeling van de heupen en ellebogen bij een jonge, opgroeiende hond niet normaal verloopt en de gewrichten ernstig misvormd kunnen worden.

Sommige honden ondervinden ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de elleboog- en/of heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben. De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heup- en/of ellebooggewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto’s van de gewrichten. De röntgenfoto’s kunnen reeds gemaakt worden op een leeftijd van 6 maanden, maar voor een betrouwbaar beeld moet de hond minstens 12 maanden oud zijn.

Oorzaak

HD en ED zijn erfelijk bepaalde afwijkingen, maar uitwendige invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging, spierontwikkeling en voeding spelen hierbij een belangrijke rol.
De combinatie van erfelijke aanleg en de na de geboorte van de pup optredende uitwendige invloeden leidt tot een verkeerde ontwikkeling van de heup- en ellebooggewrichten en de uiteindelijke misvormingen. Door al deze verschillende uitwendige invloeden, kan de mate van misvorming van de heupen en ellebogen met een gelijke erfelijke aanleg sterk variëren.

Mogelijke behandeling en erfelijkheid

Een afdoende behandeling voor HD of ED bestaat niet. Daarom moet getracht worden het ontstaan van HD en ED zoveel mogelijk te voorkomen. Dat kan door de uitwendige omstandigheden voor jonge, opgroeiende honden zo gunstig mogelijk te maken met name goede voeding en overmatige belasting van de heup- en ellebooggewrichten voorkomen én bovenal via de fokkerij, door controle van de voor de fokkerij bestemde honden.
In het algemeen geldt hoe beter de kwalificatie van de heupen en ellebogen hoe kleiner de kans dat de nakomelingen HD of ED zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomelingen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen groter. Het is wenselijk uitsluitend met HD- en ED-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD en ED bij de nakomelingen het kleinst is.

Bron: Stichting Gezonde Duitse Herder

In Nederland spreken we over de volgende normeringen voor HD:

HD a, HD b, HD c, HD d en HD e

HD a betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen “drager” van de afwijking kan zijn.
HD b, overgangsvorm, betekent dat op de röntgenfoto’s geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend.
HD c (licht positief) en d (positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn, wordt dit aangeduid met HD e (positief in optima forma).

Bij de LSOHV zijn alleen HD-a en HD-b toegestaan.