Verwantschap


Verwantschapscoëfficiënt

De LSOHV maakt voor de registratie van de Oudduitse Herders gebruik van het programma ZooEasy. Dit programma maakt het voor ons mogelijk om snel inzicht te krijgen in een door de fokker gekozen combinatie.
Met name de mate van inteelt, de grootste bedreiging voor de gezondheid van ons ras, wordt hierdoor zichtbaar in de vorm van het zogenaamde “verwantschapscoëfficiënt”.
Door de “verwantschapscoëfficiënt” zo laag mogelijk te houden, deze mag de 8% niet overstijgen, voldoet de fokker aan de LSOHV doelstelling “Breed Fokken” en is de genetische variatie, nodig voor een goede gezondheid van onze honden, zo goed mogelijk gewaarborgd.
Op de pagina “Pupinfo” vindt u deze “verwantschapscoëfficiënt” terug in de omschrijving van de gekozen combinatie.
Het onderdeel “verwantschapscoëfficiënt” is door ZooEasy opgesteld in samenwerking met de Landbouwuniversiteit Wageningen. Dr. P. Bijma, onderzoeker verbonden aan leerstoelgroep Fokkerij en Genetica, heeft de ontwikkelaars van ZooEasy bijgestaan in het ontwikkelen van deze functionaliteit. In de hieronder staande toelichting is de theoretische achtergrond beschreven.

Toelichting

De verwantschapscoëfficiënt tussen twee dieren geeft aan in hoeverre deze twee dieren genetisch op elkaar lijken. Een verwantschapscoëfficiënt van nul betekent dat dieren genetisch helemaal niet op elkaar lijken. De verwantschapscoëfficiënt tussen twee dieren die op geen enkele manier familie van elkaar zijn is daarom gelijk aan nul. De verwantschapscoëfficiënt tussen twee eeneiige tweelingen is gelijk aan één, omdat eeneiige genetisch identiek zijn.
De verwantschapscoëfficiënt tussen twee dieren hangt af van het aandeel van de genen dat deze dieren gemeenschappelijk hebben. De verwantschapscoëfficiënt tussen vader en dochter is bijvoorbeeld gelijk aan 0.5 omdat de vader de helft van zijn genen doorgeeft aan zijn dochter. (De ander helft van de genen van de dochter komt nl. van de moeder). Om dezelfde reden is de verwantschapscoëfficiënt tussen moeder en dochter ook gelijk aan 0.5 en is de verwantschapscoëfficiënt tussen grootmoeder en dochter gelijk aan 0.25. De verwantschapscoëfficiënt tussen volle broers/zussen is gelijk aan 0.5. Volle broers/zussen krijgen van elke ouder de helft van hun genen, maar niet precies dezelfde helft. Gemiddeld hebben volle broers/zussen voor 50% dezelfde genen.
In statistische zin kan de verwantschapscoëfficiënt tussen twee dieren worden opgevat als het aandeel van de genetische variatie dat deze dieren gemeenschappelijk hebben. Stel, een kenmerk (bijvoorbeeld lichaamsgewicht) heeft een erfelijkheidsgraad van 0.3. Dit betekent dat van de totale variatie die je waarneemt tussen dieren 30% veroorzaakt wordt door erfelijke verschillen tussen dieren. Het aandeel van de totale variatie dat twee volle broers/zussen gemeenschappelijk hebben wordt bepaald door hun verwantschapscoëfficiënt en de erfelijkheidsgraad. In dit voorbeeld hebben ze 0.3 × 0.5 = 0.15 = 15% van de totale variatie gemeenschappelijk.
Dit betekent dat volle broers/zussen 15% van de verschillen die je waarneemt tussen dieren gemeenschappelijk hebben. Bijvoorbeeld, als één van beide zwaarder is dan gemiddeld, dan verwacht je ook dat de ander zwaarder is dan gemiddeld, maar dat weet je niet zeker omdat er nog 85% van de variatie is die de dieren niet gemeenschappelijk hebben.

Samenstelling Verwantschapscoëfficiënt;
ééneiige tweelingen 100%
broers met volle zus 50%
vader-dochter of moeder-zoon 50%
broer met half zus 25%
nakomeling-grootouder 25%
oom-nicht of tante neef 25%
dubbele neef-nicht1 25% *
enkele neef-nicht2 12,5% **
dier-overgrootouder 12,5%

* Dubbele neef-nicht is een combinatie waarbij zowel de vaders volle broers zijn en de moeders tevens volle zusters.
** Enkele neef-nicht is een combinatie waarbij slechts twee van de vier ouders volle broers dan wel zussen zijn.